Geschiedenis van de Binnenstadsparochie
Vroege geschiedenis
In 1232 kreeg Eindhoven stadsrechten. Hoewel de jonge stad kerkelijk nog tot de parochie van Woensel behoorde, is het niet onmogelijk dat er al een kerk heeft gestaan. In 1340 blijkt die onder patronaat te staan van 'Sancta Katharina'. In 1399 wordt er een kapittel aan verbonden, bestaande uit negen kanunniken, die de zorg kregen voor de eredienst.
Schuurkerk
Het kerkgebouw deelde in de loop van de eeuwen in het geweld dat de stad trof. Nadat in 1648 door de Vrede van Munster een einde was gekomen aan de Tachtigjarige Oorlog werden de kerken en andere kerkelijke goederen geconfisqueerd en moest de katholieke geestelijkheid het land verlaten. De katholieken waren daarna gedwongen voor de eredienst gebruik te maken van geheime, zogenaamde schuilkerken, maar na 1672 kregen zij toestemming om tegen betaling van een jaarlijkse belasting een schuurkerk te openen aan de Jan van Lieshoutstraat, waar een priester de diensten mocht doen.
Kerk weer in gebruik bij de r.k. parochie
In 1798 kregen de katholieken als grootste geloofsgemeenschap de kerk weer in hun bezit, maar pas in 1810 kon het gebouw opnieuw voor de eredienst in gebruik worden genomen.
Door de groei van de stad werd de middeleeuwse kerk in de loop van de negentiende eeuw te klein. Het oude gebouw werd daarom gesloopt en vervangen door de huidige kerk, die in 1867 in gebruik werd genomen.
In 1898 werd binnen de grenzen van de parochie een tweede kerk gebouwd: de Paterskerk. Deze kerk was een openbare kloosterkerk van de paters augustijnen, die ook nu nog het klooster Mariënhage bewonen.
Naar de Binnenstadsparochie
In 2007 werden het pastoraat van de St.-Catharinakerk en dat van de Paterskerk voor een proefperiode van vijf jaar geïntegreerd en werd de naam van de parochie daarom veranderd in Binnenstadsparochie Eindhoven. In 2011 besloot het parochiebestuur de liturgische diensten weer in de St.-Catharinakerk te concentreren en werd de Paterskerk weer kloosterkerk.





Over de parochie